web analytics

“Hoe diep is het hier?”

Nog steeds denk ik iedere dag terug aan Zakynthos, want dat was voor mij toch wel de mooiste vakantie ooit. Een vakantie waar we veel hebben gereisd en ontdekt, iets wat ik eerder nog niet zo had gedaan. Ik ben namelijk een angsthaas eersteklas. En toch gingen we die boot op.

Enthousiast, met mijn camera in mijn hand, vaarden we vanaf het eiland de zee op. Naar plekken waar je ook alleen met de boot kunt komen. Dat duurde lang, we zagen veel moois tussendoor, maar uiteindelijk waren we dan op de plek waar de boot stopte en we de tijd kregen om te zwemmen. Bij Marathonissi, ook wel bekend als Turtle Island. Héél snel maakte ik foto’s van de omgeving, trok mijn jurkje uit, snel nog wat zonnebrand op gesmeerd; en klaar. Naar de ladder om van de boot af te gaan. Die ik totaal niet goed had bekeken, of überhaupt had nagedacht over een plan. Want een echte ladder zoals in een zwembad was het niet. Ik moest springen, vanaf een hoge boot. De diepe zee in. H-e-l-p. Paniek.

Vriend had nergens last van en lag al met zijn snorkel-set in het water. Laat ik even voorop stellen; ik heb hoogtevrees, kan niet goed zwemmen, ben bang voor vissen, en vooral héél bang voor diep water. “Ogen dicht, verstand op nul en springen!”, hoorde ik vanuit het water. Achter mij stonden ongeduldige mensen te wachten die er ook in wilden. Dus, neus dicht knijpen, ogen dicht, en daar ging ik. Vrij diep onder water, volgens mij, maar ik had het overleefd!

Wel kreeg ik voor de vijf minuten erna nauwelijks adem door blinde paniek, en ben ik met Vriend naar een héél klein strandje gezwommen, waar we even konden zitten. En toen kreeg ik het pas door. Hoe prachtig mooi de omgeving was. We snorkelden door de grot heen, zagen visjes zwemmen, dobberden nog wat bij het strandje en de grotten… En toen was de tijd al voorbij.

Even later kwam de boot aan bij de tweede en laatste zwemplek, de grotten van Keri. Nog steeds bang, vroeg ik nog; “Hoe diep is het hier?”. “Zo’n drie meter”. Keihard gelogen dus, want dat later bleek dat het eigenlijk zo’n zeven meter diep was had ik echt niet willen weten. Maar ik vermande me en daar ging ik weer.

Oprecht, deze plek was nóg meer betoverend dan Marathonissi. Nog veel mooier dan wat ik op foto en film heb kunnen vastleggen. Vriend ging met anderen ver weg snorkelen, ik heb alleen aan het strandje liggen dobberen. Mijn angst was weg. Alsof er niets anders meer bestond. Boven me staken immens grote rotsen over me heen, ik voelde de warme zon op mijn gezicht, en ik kon de visjes om me heen zien zwemmen.

Dit was nog maar één dag van de twee weken die we daar hebben gehad, en dit was ook niet de enige boot-tour die we maakte. Maar dit was voor mij wel het allermooiste moment van Zakynthos. Mooier dan het wereldberoemde Navagio Beach, en dat was al een plaatje. Wat zou ik graag terug willen. En de rest van Griekenland ook ontdekken. Ooit ga ik terug.

(meer…)

Zakynthos

Hallo! Jawel, hoor, ik leef nog! Sinds ik ‘vakantie’ heb, bestaat mijn leven alleen nog uit werken, dus veel spannends had ik nog niet meegemaakt. Maar toen kwam daar ein-de-lijk onze reis naar Zakynthos. Twee weken op dit mooie eiland. En mooie foto’s heb ik zeker, maar de film die ik heb gemaakt ben ik nét wat meer trots op.

Hij zal vast niet perfect gemonteerd zijn, of het beste werk ooit, maar voor mij is ‘ie wel perfect. Ik heb m’n eigen film al minstens 178 keer gezien, en iedere keer waan ik me weer even terug in de geweldige tijd die ik daar met m’n vriend heb gehad. Heel veel lekker eten (en goedkoop!), witte stranden om bij weg te smelten, en helderblauw water. Wij hebben genoten!

Limburgers en roze pinkpophoedjes

Mijn vriend en ik plofte op de stoelen in de bus, tussen alle andere bepakte festivalgangers die, net als wij, heel veel zin hadden in Pinkpop. Het was de Pinkpopbus, die je vanaf het station in Landgraaf naar een plek dichtbij het festival brengt – voor de luie festivalgangers, want het is nogal een stukkie lopen.

Bijna klaar om te vertrekken komt nog snel met luid lawaai een grote groep voor ons zitten. Duidelijk ‘Hollanders’, zoals wij Limburgs dat noemen, want meteen kwam er een horde commentaar uit. Vooral van een blond meisje met een hoge knot en een vrij arrogante attitude. Over kut Limburgers, en die idiote roze Pinkpophoedjes die echt niet uitzagen.

“Meid, wat kom je hier dan doen?”, fluisterde ik naar mijn vriend. Op Pinkpop, waar het Limburgs bestaan overheerst, hóórt dat gewoon. Als je geen roze hoedje of pet hebt, ben je geen echte Pinkpopper, zeg maar. Inclusief een knalroze poncho als het regent. En een verbrande neus. Het maakt ook gewoon geen zak uit wat je aan hebt – niemand die er van op kijkt of er wat om geeft. Geen Coachella-achtige taferelen daar.


Toen de bus stopte bij de eindbestemming, waren wij een van de weinige die uitstapte. Lachend naar de groep, die zó druk in zichzelf waren en zodoende nog netjes afwachtend in de bus bleef zitten, liepen wij verder richting het festivalterrein. “Die bus gaat je echt niet verder naar het festival brengen hoor!”, hoorde we lachend van mede festivalgangers, die het blijkbaar net zo grappig vonden als wij.

Alweer al lang vergeten, sprongen, renden en dansten we verder op het festivalterrein. Genietend van de zon, muziek, het eten en gezelligheid. Tot mijn vriend opeens lachend wees naar de meid met de blonde, hoge knot, die inmiddels met een geel, herkenbaar shirt en een lang gezicht met een knijper afval van het terrein stond te plukken. Met een hele hoop roze Pinkpop hoedjes om haar heen.

Tja, Pinkpop is blijkbaar niet voor iedereen. Volgende keer gewoon lekker moeder’s bergschoenen aan, een lekker plat Limburgs accent opzetten, en genieten van de Pinkpopsfeer. Net als alle andere 65.000 mensen. Het was alweer mijn zevende jaar en nog láng niet mijn laatste. Pinkpop 2017, het was me weer een genoegen!

(meer…)